Het eigenaardigheidseffect

Binnen de biologie stelt het "eigenaardigheidseffect" dat elk groepslid dat onderscheidend is t.o.v. andere groepsleden (lees raar, vreemd, eigenaardig qua fysiek of gedrag) bij voorkeur het doelwit zal zijn van roofdieren. Dit kan verklaren waarom valken in stedelijk gebied vooral op witte duiven jagen. En waarom vissen de voorkeur geven aan scholen die op zichzelf lijken. Het eigenaardigheidseffect heeft dus de neiging om dieren die in groepen leven te homogeniseren. Herkenbaar?

Maar waarom blijven er dan “rare”, witte duiven bestaan? En waarom zoeken sommige stekelbaarsjes juist andere vissoorten op om mee samen te scholen als er veel roofdieren zijn? Is het niet eigenaardig dat de natuur steeds opnieuw creëert wat volgens het eigenaardigheidseffect niet succesvol lijkt te zijn? Waarom creëert het leven steeds weer het abnormale dat afwijkt van het normale?

Omdat dat dat normaal is! In een wereld waar toevallige uitkomsten een optelling zijn van een groot aantal, kleine, onafhankelijke toevallige effecten, ontstaat vanzelf een normale verdeling. Hoe meer effecten, hoe meer uitkomsten. Deze enorme complexiteit draagt zorg voor een ongekende diversiteit. Een natuurlijke diversiteit die we m.i. moeten koesteren binnen een homogeniserend krachtenveld.

Naar het overzicht
Natuurlijk organiseren is gebaseerd op werkende voorbeelden voortgekomen uit 3,95 miljard jaar experimenteren

De natuur als spiegel voor mens en organisatie

  • Aanpassen

    Natuurlijk aanpassen is het primaire proces in de natuur.

  • communicatie

    Natuurlijk communiceren beïnvloedt gedrag.

  • Leiderschap

    Natuurlijk leiderschap is onontbeerlijk, maar kent vele gedaanten.

  • Samenspel

    Natuurlijk samenspel is de belangrijkste stuwende kracht in de natuur.